Bezoek onze geheel nieuwe website:
www.eerlijkehoreca.nl
U wordt binnen enkele seconden automatisch
doorgestuurd
Welkom bij BEM
Eerlijk spel = Gelijke regels
Eerlijke concurrentie in de Horeca. Daar zet de BEM zich
voor in, sinds 1 januari 2000. 40.000 Horecaondernemers hebben recht
op een gelijk speelveld. Eerlijk spel = Gelijke regels.
Veel instellingen houden zich net als Horecaondernemingen bezig
met eten, drinken en slapen. Vaak is dat prima. Anders wordt het als
ze zich bezig houden met commerciële activiteiten, waarvoor ze niet
zijn opgericht en daar geen belasting over betalen. Een
tennisvereniging mag een glas wijn schenken of een tosti serveren
aansluitend aan de sportactiviteiten. Maar het verzorgen van een
receptie ter gelegenheid van een 25-jarig huwelijksfeest heeft niets
met de sportieve doelstelling te maken. De BEM heeft de taak dit
soort overtredingen te signaleren en de overheid aan te sporen de
regels te handhaven. BEM! wordt gefinancierd door het Bedrijfschap
Horeca en Catering.
Wat is oneerlijk?
Allereerst maken paracommerciële instellingen die - al dan niet
gesubsidieerd - buiten hun doelstelling horecadiensten verlenen aan
het publiek, zich schuldig aan oneerlijke mededinging. Door
subsidiëring en door het gebruik van vrijwilligers, met als gevolg
lage loonkosten, kunnen dergelijke instellingen op oneerlijke voet
concurreren met de plaatselijke horeca door horeca-activiteiten uit
te voeren die vallen buiten de doelstelling van de instelling.
Ten tweede kan, indien horecadiensten worden ontwikkeld op locaties
waar dit volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan, sprake zijn
van oneerlijke mededinging. Met betrekking tot de
bestemmingsplanproblematiek geldt de volgende afweging:
Horecaondernemers brengen bij het maken van een bedrijfsplan of
toekomstprognose de markt in kaart en tevens de (potentiële)
concurrentie. Plaatselijke bestemmingsplannen geven niet alleen aan
waar eventuele uitbreidingsmogelijkheden liggen, maar ook waar
concurrentie kan ontstaan. Wanneer buiten een bestemmingsplan om
door derden horeca-activiteiten worden ontwikkeld, wordt de
reguliere horecaondernemer dus beconcurreerd vanuit een hoek waar
dat niet te verwachten viel. Bovendien doen zich situaties voor dat
een succesvolle horecaondernemer een locatie zoekt om zijn
activiteiten uit te breiden, maar daarbij op
bestemmingsplantechnische beperkingen stuit, waar derden buiten het
bestemmingsplan om wél horeca-activiteiten ontplooien.
Bedacht dient te worden dat de gemeente vaak werkt met
horeca-exploitatievergunningen. Ook voor het exploiteren van een
sportkantine dient een horeca-exploitatievergunning verkregen te
worden en dient dus de bestemming in overeenstemming te zijn met het
gebruik. Dit betekent echter niet per definitie dat er geen kantine
gevestigd kan zijn als de bestemming geen horeca is maar
bijvoorbeeld Bijzondere doeleinden, maar wél dat er geen
(commerciële) horeca gevestigd mag worden.
Tenslotte dient bij de oneerlijkheids-vraag tevens bedacht te worden
dat verenigingen en stichtingen niet voor niets gekozen hebben voor
die rechtsvorm en voor een bepaalde activiteit. Een sportvereniging
is opgericht met als doelstelling: " samen voetballen" en
niet met de doelstelling "bruiloften organiseren, de kantine
verhuren en winst maken". Hierbij komt dat het er ook niet echt
aantrekkelijker op wordt als de fiscus de vereniging toch een
winstoogmerk aanrekent. Maar die afweging is niet aan de gemeente om
te maken.
De toetsing bestaat uit een belangenafweging zoals gesteld in
artikel 4 van de Drank- en Horecawet. Bij iedere aanvraag dient in
principe een belangenafweging gemaakt te worden of het noodzakelijk
is voorwaarden en beperkingen te stellen gezien de plaatselijke en
regionale omstandigheden in het kader van het voorkomen van
oneerlijke mededinging.
Bij deze belangenafweging zijn er drie 'spelers'; de plaatselijke
commerciële horeca, de niet-commerciële horeca (die zich bezig
houden met activiteiten van recreatieve, sportieve,
sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige
aard) en de gemeente in haar taak om zorg te dragen voor gezonde
mededinging en als uitvoerder van de Drank- en Horecawet. De
gemeente is in deze degene die de belangenafweging dient te maken.
Hoe werkt de BEM?
Vanuit de plaatselijke commerciële horeca kunnen klachten ten
aanzien van oneerlijke concurrentie van paracommerciële
instellingen gemeld worden bij het Bureau Eerlijke Mededinging. BEM
stelt een onderzoek in en stuurt bij de gemeente aan op handhaving
om de illegale situatie te beëindigen.
BEM reageert snel op gemelde overtredingen. Overleg is in eerste
instantie altijd het sleutelwoord. Redelijkheid verdient de voorkeur
boven confrontatie. Maar waar begrip ontbreekt, worden juridische
middelen ingezet . Desnoods via de rechter. Als de hardwerkende
horecaondernemer moet voldoen aan wetten en regels die zijn kosten
verhogen, geldt dit natuurlijk ook voor anderen die zich op de
commerciële markt begeven. Hier geldt het motto: zacht waar het
kan, hard waar het moet.
BEM Advies
Als expert op het gebied van oneerlijke concurrentie is de
BEM een autoriteit. 20 jaar jurisprudentie kent
geen geheimen voor onze juristen. Daarom zijn we in staat naast
horecaondernemingen en bestuurders ook de gemeentelijke bestuurders
en ambtenaren vanuit onze ervaring professioneel te adviseren.
Regelgeving wordt in toenemende mate gedecentraliseerd. Dat vraagt
van de lokale overheid een professionaliseringsslag op verschillende
terreinen. Op het gebied van mededinging is BEM in dit licht een
goed toegeruste partner om mee samen te werken.
|